|
Kasjmier Om tijdens de winter in het ruige
klimaat van het Himalayagebergte op een hoogte van 4000 à 6000 m te kunnen
overleven, heeft de kasjmiergeit (donsgeit, Tibetaanse geit) een warme pels.
Onder hun grove vacht ontwikkelt zich een beschermend laagje uiterst fijn
donshaar.
De haren zijn fijn van structuur en relatief kort.
Slechts 100 tot 300 gram van het fijnste
haar wordt per geit en per jaar losgekamd. Dit gebeurt enkel tijdens het
voorjaar.
Het is één van de
kostbaarste en duurste wolsoorten ter wereld.
Deze wol wordt met de hand geweven in combinatie met zijde.
De Angorageit heeft een opvallende lange krullende beharing. Ook de kop is volledig bedekt, waardoor hij wel op een schaap gelijkt. Ze wordt tweemaal per jaar geschoren en levert ongeveer 3.5 kg wol (mohair) op . Door de speciale structuur van de mohairvezel kunnen bij het spinnen soms knoopjes ontstaan. Het verven verloopt uitstekend. (foto : www.dierenverblijven.nl) |