Het spinnen
We
moeten waarschijnlijk duizenden jaren terug- gaan in de tijd om te weten te
komen wanneer het handspinnen van wol (of andere vezels) ontstaan is. Toen
was het al bekend dat een draad van in elkaar gedraaide vezels veel sterker
(en langer) was dan één enkele vezel. Het blijkt dat het primitieve spinnen
voor
't eerst gebeurde door een schaapherder. Kijkend naar zijn
kudde draaide hij een spinstok (rond stuk hout) rond en spon zo zijn
eerste draad. Tijdens de middeleeuwen zou dan het spinnenwiel, in zijn
huidige vorm ontstaan zijn. Ook de beroepen (thuis)spinster, wolverver
... maakten opgang . Omdat de thuisspinsters niet voldoende
wol konden spinnen om de mechanische weefgetouwen draaiende te houden, is ook het
spinnen gemechaniseerd. De
laatste jaren echter is het handspinnen weer in de belangstelling komen te
staan. Niet als beroep, maar wel als hobby. Het fijne van het zelfspinnen en
toepassen van schapenwol is dat we alle tussenfasen vanaf de ruwe schapenwol
tot de geweven stof, het wandtapijt, de gebreide kledij ... zelf bewust meemaken
en controleren.